Met welke dolfijnensoort zwemmen wij?

Wij zwemmen met de langsnuitdolfijn/spinnerdolfijn.

Naam (Nederlands): Langsnuitdolfijn
Naam (Engels): Spinner dolphin
Wetenschappelijk: Stenella longirostris
Verspreiding: Tropische en subtropische delen van de oceanen
Voedsel: kleine vissen, inktvis en garnalen
Lengte: 1,3 tot 2,1 meter (bij de geboorte 70 tot 80 centimeter
Gewicht: 45 tot 75 kilogram

De langsnuitdolfijn of spinnerdolfijn is een dolfijnensoort die
voorkomt in tropische en subtropische wateren. Het zijn typische dolfijnen van de open zee. De naam “spinnerdolfijn” dankt hij aan de sprongen die hij uit het water kan maken, waarbij hij regelmatig om zijn lengteas spint. De volwassen mannetjes hebben een naar voren gebogen rugvin en een scherp afgetekende lange snuit.

Hoe ziet de langsnuitdolfijn eruit?

 

De langsnuitdolfijn heeft een smalle lange snuit met in elke kaak 45 tot 65 kegelvormige scherpe tanden. Van alle walvisachtigen hebben ze het grootste aantal tanden. De grote rugvin is driehoekig en sikkelvormig en staat in het midden van de rug. De rugvin is naar voren gebogen bij volwassen mannetjes. De staartvin is spits. De voorflippers zijn groot en spits gevormd, bij volwassen mannetjes zijn ze hoekig. De langsnuitdolfijn kan 45 tot 75 kilo wegen met een lengte voor het mannetje van 1,70 tot 2,40 meter lang. Het vrouwtje kan 1,70 tot 2,20 meter lang worden.
Het slanke, gespierde lichaam van de langsnuitdolfijn is torpedovormig. De rug is meestal donkergrijs, zwart of bruin en gaat over in een licht grijze of gelige zijkant. De buik is meestal lichtgrijs of wit. De lippen zijn donker omrand en de voorste flippers zijn lichtgrijs tot zwart gekleurd. Er loopt een lichtgrijze tot donkere streep van het oog naar de flipper.

4

Leefwijze en voedsel

 

De langsnuitdolfijn komt onder ander voor in de Stille, Indische en Atlantische Oceaan en natuurlijk Egypte. Zowel op open zee als voor de kust kan hij gezien worden. Op open zee leeft de langsnuit dolfijn in grote scholen die kunnen bestaan uit 100 tot meer dan 10.000 dieren. In deze groepen kunnen ook andere dieren worden aangetroffen zoals grotere tonijnsoorten. In kustwateren daarentegen leven ze in kleinere groepen van 10 tot 100 dieren.

De langsnuitdolfijn jaagt vooral op pijlinktvissen en kleine tot middelgrote vissen net zoals onder andere de gevlekte dolfijn. Doordat de langsnuitdolfijn dieper jaagt dan de gevlekte dolfijn is de concurrentie beperkt. Sommige groepen langsnuitdolfijnen jagen ’s nachts om de concurrentie van andere dolfijnen zoals de gevlekte dolfijn uit de weg te gaan.
In deze grote scholen kunnen de dolfijnen in enkele maanden meer dan duizend kilometer afleggen. Vaak sluiten de langsnuitdolfijnen zich aan bij scholen van andere walvisachtigen.

Met behulp van echolocatie kunnen de dolfijnen prooivissen opsporen en als buffer dienen tegen deze aanvallen.
Langsnuitdolfijnen rusten overdag in groepjes en gaan ’s nachts op jacht. Tijdens de jacht valt het groepje uiteen in kleinere groepjes. Hierdoor wisselt de groepssamenstelling regelmatig, en bevat een groepje zelden voor langere tijd achter elkaar dezelfde leden. Binnen een groepje bestaan wel meestal hechtere subgroepen van vier tot acht waarschijnlijk verwante dieren, die tot vier maanden of zelfs langer (misschien zelfs een heel leven lang) met elkaar optrekken.

Als dolfijnen na een lange tijd elkaar weerzien, gaat de ontmoeting gepaard met sprongen uit het water, het rondtollen in de lucht, slagen met de staart en verscheidene geluiden.

De langsnuitdolfijn is te herkennen aan de hoge, verticale sprongen uit het water, waarbij hij meerdere malen (tot zeven keer) om zijn lichaams-as draait. Het is de enige dolfijn waarbij dit gedrag regelmatig wordt waargenomen. De langsnuitdolfijn kan een snelheid van 20 km/u een uur lang volhouden.

Zwangerschap en bevalling

Vrouwtjes langsnuitdolfijnen zijn eerder geslachtsrijp dan mannetjes. Een vrouwtje na 4 tot 6 jaar en mannetjes 6 tot 9 jaar. Ze hebben dan een lengte van 1,50 tot 1,70 meter.
De langsnuitdolfijn krijgt maar eens in de 3 jaar een jong. Na een draagtijd van ongeveer 10 maanden word er 1 jong geboren. Bij de geboorte is het jong ongeveer 70 tot 85 centimeter lang. Meestal is de geboorte in de lente of herfst. Bij de langsnuitdolfijn heet het jong een kalf. Het kalf drinkt 11 tot 19 maanden bij zijn moeder.

Als het jong geboren wordt, dan gaat de moeder heel langzaam zwemmen. Tijdens de geboorte heeft de moeder hulp nodig. Die krijgt ze van een ander vrouwtje. Die zwemmen om haar heen, voor het geval er haaien komen. Want die komen altijd op bloed af.

Als eerst komt de staart en dan de rest van het lijf. De moeder duwt het jong als het er uit is het meteen naar boven met haar snuit, om adem te kunnen halen.

Het jong drinkt twee keer per uur bij zijn moeder. De moeder spuit het drinken in de bek van het jong, want het jong zuigt niet. Na 3 maanden gaat het jong zelf eten. In het begin hoeft het jong niet echt veel te zwemmen, want hij zit zo dicht bij zijn moeder dat hij wordt meegezogen. Dat noem je een “slip-stream”.

Als er andere dolfijnen in de buurt komen worden ze meteen weg gejaagd in de eerste weken. Na een paar weken mag het jong ook mee zwemmen met anderen vrouwtjes. De moeder dolfijn voedt haar jong 2 jaar of langer op. Daarna moet het jong het zelf kunnen redden. Bij de geboorte is het jong zo’n 75 cm lang en wordt 11 tot 19 maanden gezoogd.